Feesten

Deze site is een tijdelijke oplossing om de preken van Marcel bereikbaar te maken. Klik op een link, om de desbetreffende preek te lezen. Sorry, de opmaak van de preken is nog lang niet in orde, en alle preken van Goede Vrijdag staan in het C jaar.
Indien u de preek op een klein scherm wil lezen, komt de preek niet naast, maar onder de reeks linken. U zal dus naar beneden moeten scrollen.

FEEST VAN ALLERHEILIGEN 2010

Apoc. 7 : 2 14.
Matt. 5 : 1 - 12a.

Zusters en broeders,

1.             We beginnen vandaag nogal hoog.  Om precies te zijn: helemaal bovenaan.  Dat komt omdat de Schrift zo hoog begint.  Als het gaat over heilig en heiligheid, dan begint de Schrift bij God zelf.  Ze spreekt over hem of haar als over: de Heilige. (Habacuc 3:3; Hosea 11:9)  En Israël zegt er in één adem bij: 'Geprezen zij zijn Naam'.  God als de heilige: daar hebben we het Sanctus van over gehouden: 'Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God van de hemelse machten'.  Heilig betekent hier: degene die anders is dan heel de ons bekende en vertrouwde wereld.  Degene die dit alles te boven gaat.

De eerste van wie er gezegd wordt dat hij heilig is, is God zelf.

2.            Daarop volgen dan de dingen die nauw met God verbonden zijn.  Er zijn dus dingen die heilig worden genoemd: Het heilige land bv, zijn heilige tempel, de heilige vaten.  Verder ook de heilige Schrift, de heilige evangeliën, later ook de heilige tafel, de heilige stoel, de heilige deur, de heilige trap, zelfs de heilige inquisitie.  Weer later de heilige congregatie van de geloofsleer.  De dingen, de voorwerpen, de instellingen die nauw met God verbonden zijn worden, precies vanwege die verbinding met de Heilige, zelf ook heilig genoemd.

Dat gebruik is ons in hoge mate vreemd geworden.  In sommige gevallen zelfs reden tot ergernis.

Als wij het woord 'heilig' al gebruiken, dan heeft het met mensen te maken, en dan wel met mensen van een bepaalde soort, mensen met een bepaalde kwaliteit.

3.         Ook dat is iets wat je in de Schrift terug vindt.

De mens die daar bij uitstek heilig wordt genoemd is Jezus van Nazareth.

Bij de aankondiging van zijn geboorte wordt er aan zijn moeder Maria al gezegd: 'Het kind dat uit u geboren wordt zal heilig worden genoemd'. (Lucas 1: 35)  Bij Jezus openbaar optreden zijn het de demonen die zeggen: 'Wij weten wie gij zijt, de heilige van God'. (Marcus 1: 24)  En wanneer later Petrus de verrijzenis van Jezus verkondigt zegt hij tot zijn toehoorders in Jerusalem: 'De Heilige en rechtvaardige hebt gij verloochend en als een gunst de vrijlating van een moordenaar gevraagd'. (Hand. 3:14)  Omdat Jezus hem, de Heilige, geprezen zij zijn Naam zo nabij is, wordt hij zelf ook de Heilige genoemd.

4.         En zo komen we dan bij het voetvolk terecht, bij mensen waar het in de liturgie van vandaag over gaat, de heiligen onder ons.

De Schrift is in de toepassing van dat woord Heilig op ons mensen erg royaal.  In zijn brieven noemt Paulus alle mensen die gedoopt zijn 'heilig'.  Zo zegt hij bv aan het begin van zijn 2e brief aan de mensen van Korinthe: 'Aan de gemeente van God in Korinthe en aan al de heiligen in heel Achaia'. (II Kor 1: 1)  Op het einde van die brief zegt hij ook: 'U groeten al de heiligen die hier zijn'. (II Kor. 13:12)  Met morele voortreffelijkheid heeft dat niets te maken.  Blijkens de inhoud van zijn brieven maakt Paulus zich daar geen illusies over.  De reden waarom hij alle gedoopten heiligen noemt is een andere.  Ze sluit aan bij de reden waarom er ook dingen zijn die heilig worden genoemd.  Paulus zegt daarover: 'De tempel van God is heilig -en die tempel zijt gij'. (Kor. 3:17)  Het gaat er om dat mensen door het doopsel op een speciale manier met God, met de Heilige, zijn verbonden.

Ook dat taalgebruik is ons vreemd geworden.  Er is wat mij betreft nog één keer dat het mij aanspreekt, één keer dat ik het bewust beleef en dat is als ik iemand begraaf, en we komen aan het afscheidsritueel in de kerk, we komen aan de absoute.  Dan besprenkelen we dat dode lichaam met wijwater, en we eren het door het te bewieroken.  En of dat nu iemand was die voortreffelijk heeft geleefd of één die er de kantjes heeft afgelopen: wij eren dit dode lichaam omdat het tempel was van de Heilige, omdat zijn Geest in haar of hem heeft gewoond.

5.         Op mensen toegepast heeft dat woord heilig voor ons, bij voorbeeld vandaag, toch een andere betekenis.  Het gaat ons dan vooral om een mens die voortreffelijk heeft geleefd.  Dat betekent niet dat zij of hij een mens zonder vlek of rimpel was, een mens zonder gebreken of vervelende hebbelijkheden.  Iemand zei me eens, en ze zei het met spijt: 'Er zijn geen mensen zonder gaten'.  En in de synagoge van Middelburg zag ik boven een deur een stukje muur dat kapot was en niet gerepareerd mocht worden: dat stukje was symbool van het feit dat er geen volmaakte dingen en ook geen volmaakte mensen zijn.  Dat er aan iedereen wel iets mankeert.

Als wij mensen heilig noemen, dan betekent dat dus niet dat ze volkomen gaaf zijn.  Het gaat om iets anders,

Het gaat om mensen die twee kenmerken vertonen:

1° Het zijn mensen die een heel persoonlijk geloof, een heel persoonlijke verbinding met God hebben.

Die verbinding hoeft niet altijd zo zonnig te zijn.  Ze kan ook de vorm hebben van een worsteling, van een zoektocht zelfs, en niet eens zo zelden, van gemis.  Theresia van Lisieux en moeder Teresa van Calcutta konden er van meespreken.  Maar altijd is hij op een of andere manier aanwezig in hun leven.  Oosterhuis formuleerde het geloof van dit soort mensen in hun relatie tot God ooit zo: 'Nooit heb ik niets met U'. (1)  Dat is hun eerste kenmerk.

2° En hun tweede kenmerk sluit daar bij aan.  Die verbondenheid met God -of ze nu vreugdevol of verdrietig was -was bepalend of meebepalend voor hun inzet in hun leven, voor hun engagement.  Er was iets in hun engagement dat boven het gewone uitreikte.  Ik heb het soms gezien, en ik heb er niet eens zoveel bezwaar tegen om het iets heldhaftigs te noemen.  Het klinkt alleen te romantisch.  En dat was het nu net helemaal niet.  Het was ook niet opvallend, niet noodzakelijk. Het maakte geen lawaai.

Er is daar wel een woord voor.  Dat woord is trouw.  Trouw aan wat ze als hun opgave in het leven hadden gezien.  Ze vertoonden daarin gelijkenis met hem die als geen ander trouw was aan zijn opdracht, aan zijn roeping: Jezus van Nazareth.

3° Misschien is er nog iets, iets als een derde kenmerk aanwezig bij hen.  Ook dat hangt samen met hun eerste kenmerkhun relatie met God.  Dat derde kenmerk bestaat hier in :Je vindt bij hen ook een vorm van verwachting, een vorm van hoop.

Je zou het kunnen weergeven met de laatste zin van het Te Deum: 'In U Heer heb ik mijn vertrouwen gesteld.  Ik zal niet beschaamd komen te staan, nog in geen eeuwigheid'.  Op deze mensen is het woord van Jezus van Nazareth van toepassing: 'Gij zijt het licht van de wereld; Gij zijt het zout van de aarde'. (Matt. 5:13-14 )

Het licht van de wereld.  Hij zei het van zichzelf, hij zei het ook van hen.  In hen is daar inderdaad iets van te zien.

Ze zijn en blijven een reden om aan deze wereld niet te wanhopen.

En dat is dan weer een motief om hen, bij voorbeeld op een dag als vandaag,niet alleen te vereren. Het is een motief om hen dankbaar te zijn.

Amen.

 

Marcel Heyndrikx SVD

 

(1)       OOSTERHUIS Huub : Hoe ver is de nacht. Bilthoven, Ambo ,1974, p. 72.

© Marcel Heyndrikx - Iedereen mag deze preken en teksten gebruiken mits ze vrij en gratis voor iedereen toegankelijk blijven.